Onderhoudstips

Lees altijd eerst uw handleiding alvorens de koolmonoxidemelder te installeren.


Wekelijks
Test uw alarm minstens eenmaal per week met de Test/Pauzeknop.
Als de test niet goed verloopt:

  • Controleer of er een nieuwe batterij in zit
  • Zorg ervoor dat de melder schoon en stofvrij is
  • Installeer een nieuwe batterij (zoals vermeld in de handleiding) en voer de test opnieuw uit

 

 

 

Maandelijks
Maak de melder minstens eenmaal per maand schoon en gebruik nooit water, schoonmaak- of oplosmiddelen omdat deze de melder kunnen beschadigen. Test vervolgens de CO-melder.

 

 

 

 

 

Maandelijks
Stofzuig voorzichtig de buitenkant van de CO-melder met het zachte borstelhulpstuk van uw stofzuiger. Test vervolgens de CO-melder.

 

 

 

 

 

 

Vervang de batterij wanneer de CO-melder tweemaal per minuut  piept (het lege-batterijwaarschuwingsignaal). Ongeacht de door de fabrikant vermelde levensduur van de batterij, MOET u de batterij nmiddellijk vervangen zodra de melder begint te “piepen” (het lee-batterijwaarschuwingsignaal) Het lege-batterijwaarschuwingsignaal kan 30 dagen duren; niettemin moet u de atterij onmiddellijk vervangen n de wekelijkse test uitvoeren om u veligheid te blijven garanderen.

 

 

Installatie van koolmonoxidemelders

Idealiter moet u één melder plaatsen in, of in de buurt van, elke kamer waarin een brandstof verbruikend toestel staat. Als u echter meer dan een toestel hebt en slechts één melder, moet u rekening houden met onderstaande punten om de beste installatieplaats te bepalen.

  • Als er een brandstof verbruikend toestel in uw slaapkamer staat, moet u de melder in die kamer installeren.
  • Als er een brandstof verbruikend toestel staat in een kamer die u veel gebruikt, zoals bijvoorbeeld de woonkamer, dan moet u de melder in die kamer plaatsen.
  • Als u in een studio woont, plaats de melder dan zo ver mogelijk verwijderd van de kookvoorzieningen, maar in de buurt van uw slaapplaats.
  • Als het brandstof verbruikend toestel staat in een kamer die normaal niet wordt gebruikt (bv. een boilerruimte), plaats de melder dan net buiten deze ruimte zodat u deze beter kunt horen.

Als de melder in dezelfde ruimte als het toestel staat:

Moet het op het plafond worden geïnstalleerd op tenminste 30 cm afstand van elke muur, van elk lichtarmatuur of van welk ander obstakel dan ook. Als de melder op de muur wordt gemonteerd, moet deze hoger dan iedere deur of raam en op minstens 15 cm van het plafond geïnstalleerd worden. Als de melder daarentegen wordt geïnstalleerd in een ruimte met een schuin- of puntplafond, moet deze minstens 1 meter lager worden bevestigd dan het hoogste punt in de ruimte, zolang dit hoger is dan alle aanwezige ramen en deuren.

Als de melder in een kamer hangt die ver verwijderd is van het toestel, moet de melder zich bevinden in de ruimte waar de bewoners zich bevinden.

Een melder moet op minstens 1.8 meter van het brandstof verbruikend toestel worden geïnstalleerd.

Plaatsen waar koolmonoxidemelders beter niet kunnen worden geïnstalleerd:

  • Buiten het gebouw.
  • In de dichte nabijheid van een auto uitlaat; dit zal de melder immers beschadigen.
  • In of onder een kast.
  • In een klamme of vochtige ruimte.
  • In de buurt van verfverdunners, lijmen, poetsmiddelen, spuitbussen of schoonmaakproducten. Andere substanties kunnen de betrouwbaarheid van de melder ook aantasten.
  • Rechtstreeks boven een gootsteen of kooktoestel. Naast een deur, raam of afzuigventilator of andere tochtige plaatsen.
  • In uitlaatstromen van gasmotoren, ventilatiegaten, afvoerkanalen of schoorstenen.
  • Waar het wordt belemmerd door gordijnen of meubels.
  • In een ruimte waar de temperatuur kan zakken onder -10 ºC of 40ºC  kan overschrijden.
  • In ruimtes met een relatieve vochtigheid lager dan 30% of hoger dan 90%.
  • Waar vuil of stof de sensor kan blokkeren en de werking ervan kan tenietdoen.
  • Waar het gemakkelijk kan worden ingedeukt of beschadigd of waar het per ongeluk kan worden uitgeschakeld of verwijderd.